Archief voor rubriek: Wallenbeeks Nieuwsbrieven

Wallenbeeks Lentebode 30: Seizoensarbeid

Auteur Th.C.W. Oudemans
  • De paddentrek begint, maar ook die van de menselijke vakantiegangers die de amfibieën komen platrijden.
  • Woerden beginnen vrouwelijke en mannelijke eenden te belagen en te verkrachten, tot aan necrofilie toe.
  • Wilgen laten hun katjes ontspruiten.
  • Mensen rennen naar de Intratuin om viooltjes te bemachtigen.
  • Orchideeën openen hun bloemkelken en lokken de ontwakende insecten met schijnnectar.
  • Baardige studenten verlaten hun holen om het Maagdenhuis voor de 60e keer te bezetten.

De lente behoort met de andere jaargetijden tot het klimaat waarbinnen het leven van planten, dieren en mensen gedijt en afsterft, waarbinnen zij hopen, calculeren, denken en te gronde gaan. De lente zet van alles in beweging: woorden, handelingen, bloesems, krokussen, nestelende vogels, revoluties. De lente is een element dat het spreken erover blijft omgeven en sturen.

De jaargetijden zijn in de levende wezens geïnternaliseerd. Ze worden erdoor omgeven en kunnen zich er niet tegenover plaatsen. Dat geldt ook voor mensen. Mensen handelen en denken lentelijk of herfstig. Zij kunnen de jaargetijden niet echt overzien. Zij worden, net als koeien die voor het eerst de wei ingaan, beheerst door de bokkensprongen van de lentekolder. Maar ook door de teleurstellingen en afscheidsstemming van de herfst.

Maar filosofen, kunnen die de cycli van de jaargetijden niet op stoïcijnse of gelaten wijze in hun blikveld krijgen?

Wallenbeeks Lentebode 30: Download als PDF »

Hierbij vindt u ook een interview met Oudemans uit het tijdschrift Buitenleven: Download als PDF

9 mei 2015Geplaatst in Interviews & Wallenbeeks Nieuwsbrieven

Wallenbeeks Nieuwsbrief 29: Over de verhouding mens en dier

Auteur D. van Duuren

In het kader van het eerder aangekondigde oratieproject is besproken: prof. dr. P.B. Cliteurs oratie ter aanvaarding van het ambt van hoogleraar aan de Technische Universiteit Delft uit 1995, getiteld Onze verhouding tot de apen: De consequenties van het darwinisme voor ons mensbeeld en voor de moraal. De bespreking heet Over de verhouding mens en dier en is geschreven door D. van Duuren. Van Duuren schrijft:

Ooit vormde de overgeleverde metafysische betekeniswereld van god, mens, en daaronder de dieren- en plantenwereld, de betekenisvolle horizon die de mens zijn plaats en identiteit gaf. Met de ontdekking van de evolutietheorie door Darwin in 1859 is de plaats van de mens binnen het geheel van de betekeniswereld veranderd. Hoe? Ruim honderd jaar na dato denkt de filosoof Cliteur na over de consequenties van het darwinisme voor ons mensbeeld én voor de moraal. Volgens Cliteur gaat het om consequenties die nog altijd niet in de volle omvang tot ons zijn doorgedrongen. “De evolutieleer is werkelijk revolutionair en de invloed daarvan begint pas geleidelijk tot ons door te dringen.”

In zijn oratie vraagt Cliteur naar de verhouding tussen mens en dier. Dit is een vraagstuk aangezien Darwin in The Descent of Man heeft laten zien dat er geen fundamenteel verschil bestaat tussen de mensen en de hogere zoogdieren voor zover het hun mentale vermogens betreft, aldus Cliteur. Voor de opkomst van het darwinisme is gedacht dat de mens zich van de rest van de dieren onderscheidde doordat hij over redelijkheid beschikte, de mens als animal rationale. Met het darwinisme blijkt dat de mens niet buiten de natuur staat, maar onderdeel is van de natuur.

Zowel de oratie van prof. dr. Cliteur als de bespreking ervan zijn op de website van het oratieproject te raadplegen.

17 januari 2015Geplaatst in Wallenbeeks Nieuwsbrieven

Wallenbeeks Nieuwsbrief 28: Ivoren Archipel

Auteur N.G.J. Peeters

In het kader van het eerder aangekondigde oratieproject is dr. R.H.A. Corbeys oratie besproken, Homo reciprocans: Mauss, Hobbes en Darwin. De bespreking heet Ivoren Archipel en is geschreven door N.G.J. Peeters. Peeters schrijft:

Op 10 februari 2006 aanvaardt Raymond Corbey het ambt van bijzonder hoogleraar in de Theoretische grondslagen van de archeologie door het uitspreken van de rede Homo reciprocans. In deze rede staat de (vermeende) uniciteit van de mens centraal: hoe onderscheidt de mens zich op basis van moraliteit van andere organismen? En wat zijn daarvan de consequenties voor de methoden en de disciplinaire identiteit van archeologie en antropologie? Daarbij richt Corbey zich op een belangrijk aspect van moreel gedrag: wederkerigheid (reciprociteit).
Het opmerkelijke aan deze redevoering is dat zij noch nieuwe feitelijkheden geeft over wederkerig gedrag, noch een nieuwe hypothese postuleert. Ook krijgen wij niet de gebruikelijke synthese voorgeschoteld. Integendeel, Corbey laat zien hoe verschillende lezingen van het woord wederkerigheid illustratief zijn voor onze kijk op menselijk gedrag. Dat klinkt vrij onschuldig, maar Corbey signaleert hier een belangrijke breuklijn in de filosofie, culturele antropologie en de archeologie.

Zowel de oratie van dr. Corbey als de bespreking door Peeters zijn op de website van het oratieproject te raadplegen.

15 december 2014Geplaatst in Wallenbeeks Nieuwsbrieven

Wallenbeeks Nieuwsbrief 26: Oratieproject

Auteur Th.C.W. Oudemans

Th.C.W. Oudemans is met zijn onderzoeksgroep een oratieproject gestart. Hierin worden de naoorlogse oraties van Nederlandstalige filosofen besproken. Hij schrijft:

Sinds Darwin is duidelijk dat de aloude filosofische idea of essentie veranderlijk is, en dat de ene soort voortkomt uit de andere. Dat geldt ook voor mij. Ik ben een product van de levende natuur die ik graag had willen kennen en beheersen. Ik kan mij er in mijn denken niet boven verheffen want ik maak er deel van uit.

En toch: in een ‘filosofische discussie’ denken mensen nog altijd dat zij zelf denken, dat zij kritisch zijn en argumentatief. Inmiddels moet duidelijk zijn dat filosofische gesprekken zo eenvoudig niet zijn. Je bent inbegrepen in datgene waarover je dacht te praten.

In het nu startende oratieproject wordt geprobeerd om niet discussiërend, maar filosofisch-semantisch te lezen, dat wil zeggen zo, dat zowel de schrijver als de lezer worden beproefd met betrekking tot de vraag of hun taal niet is losgezongen van datgene wat er überhaupt te zeggen valt: de taal die mij altijd blijft omgeven en die deel uitmaakt van de natuur die alleen in de taal van zich blijk geeft, in de bewegingen van onttrekking en toewijzing van betekenis.

De eerste bespreking heet Homo homini agnus en betreft de oratie Wereldburgers in eigen land, van prof. dr. P. Kleingeld.

Lees: Inleiding tot het oratieproject (.doc)
Lees: Homo homini agnus (.doc)
Lees: Wereldburgers in eigen land (.pdf)

15 februari 2014Geplaatst in Wallenbeeks Nieuwsbrieven

Wallenbeeks Nieuwsbrief 25: Rousseau en het Hedendaagse Nederlandse natuurbeleid – een speling der natuur

Auteur H. van Kampen

In de zomer van 2013 las ik een stuk uit de roman Julie, ou la nouvelle Héloïse van Jean-Jacques Rousseau (1712-1778). Daarin wordt een paradijselijke tuin beschreven. De details omtrent de aanleg en het onderhoud van die tuin dede mij van de ene verbazing in de andere vallen, want deze droomtuin uit 1761 is inmiddels op veel plekken in Nederland werkelijkheid geworden. Voor mijn werk deed ik in diezelfde zomer onderzoek naar het provinciale natuurbeleid. In de beleidstukken, maar ook tijdens bezoeken aan natuurgebieden die een Nederlands Natuurnetwerk moeten worden, vielen mij de overeenkomsten met de tuin van Rousseau in hetoog. Die frappante gelijkenissen hebben een semantische betekenis die ook iets zegt over mij en mijn verhouding tot de natuur.

Lees: Wallenbeeks Nieuwsbrief 25

21 januari 2014Geplaatst in Wallenbeeks Nieuwsbrieven

Wallenbeeks Nieuwsbrief 24: Natuurkunst

Auteur Th.C.W. Oudemans

Wat de betekenis is van kunst tegenover natuur daagde mij toen ik jaren geleden meedeed aan archeologisch veldwerk. Je had allerlei natuurlijke voorwerpen zoals stukken vuursteen en producten van planten en dieren – kegels, skeletten en uitwerpselen – maar daartussen bevonden zich heel andere zaken.

Natuurkunst (pdf)

5 november 2013Geplaatst in Wallenbeeks Nieuwsbrieven

Wallenbeeks nieuwsbrief 23: Reactie op recensie In natura

Auteur H. van Kampen

Lievers schreef een recensie van het boek In natura in de NRC van 19 april 2013:

Wouter Oudemans’ In natura is een boek om, zoals Willem Frederik Hermans eens schreef, nagelbijter bij te worden. Met spijkerharde aforismen wordt de lezer bestookt, hij hapt naar adem. Oudemans toont ‘wie man mit dem Hammer philosophiert‘.

Van Kampen schreef een reactie op de recensie:

Nagelbijter Lievers raakt in verwarring bij het lezen van Oudemans’ In natura. Hij wordt heen en weer geslingerd tussen begrip en onbegrip, rondzwemmend in een taal die hem geen enkel houvast biedt. Als het Oudemans erom te doen is ‘filosofie weer urgent te laten zijn’, dan is dat wat mij betreft een goed teken. Echte filosofie begint met een aporie, het niet meer kunnen vinden van een uitweg. De radeloosheid reikt verder dan Lievers denkt.

Zowel de volledige reactie als de recensie vindt u via de twee onderstaande links:

Machteloos tussen de mieren – Menno Lievers (pdf)

Reactie op recensie Menno Lievers (pdf)

26 april 2013Geplaatst in Wallenbeeks Nieuwsbrieven