Archief voor rubriek: Online teksten van Th.C.W. Oudemans

Wallenbeeks Lentebode 30: Seizoensarbeid

Auteur Th.C.W. Oudemans
  • De paddentrek begint, maar ook die van de menselijke vakantiegangers die de amfibieën komen platrijden.
  • Woerden beginnen vrouwelijke en mannelijke eenden te belagen en te verkrachten, tot aan necrofilie toe.
  • Wilgen laten hun katjes ontspruiten.
  • Mensen rennen naar de Intratuin om viooltjes te bemachtigen.
  • Orchideeën openen hun bloemkelken en lokken de ontwakende insecten met schijnnectar.
  • Baardige studenten verlaten hun holen om het Maagdenhuis voor de 60e keer te bezetten.

De lente behoort met de andere jaargetijden tot het klimaat waarbinnen het leven van planten, dieren en mensen gedijt en afsterft, waarbinnen zij hopen, calculeren, denken en te gronde gaan. De lente zet van alles in beweging: woorden, handelingen, bloesems, krokussen, nestelende vogels, revoluties. De lente is een element dat het spreken erover blijft omgeven en sturen.

De jaargetijden zijn in de levende wezens geïnternaliseerd. Ze worden erdoor omgeven en kunnen zich er niet tegenover plaatsen. Dat geldt ook voor mensen. Mensen handelen en denken lentelijk of herfstig. Zij kunnen de jaargetijden niet echt overzien. Zij worden, net als koeien die voor het eerst de wei ingaan, beheerst door de bokkensprongen van de lentekolder. Maar ook door de teleurstellingen en afscheidsstemming van de herfst.

Maar filosofen, kunnen die de cycli van de jaargetijden niet op stoïcijnse of gelaten wijze in hun blikveld krijgen?

Wallenbeeks Lentebode 30: Download als PDF »

Hierbij vindt u ook een interview met Oudemans uit het tijdschrift Buitenleven: Download als PDF

Wallenbeeks Nieuwsbrief 26: Oratieproject

Auteur Th.C.W. Oudemans

Th.C.W. Oudemans is met zijn onderzoeksgroep een oratieproject gestart. Hierin worden de naoorlogse oraties van Nederlandstalige filosofen besproken. Hij schrijft:

Sinds Darwin is duidelijk dat de aloude filosofische idea of essentie veranderlijk is, en dat de ene soort voortkomt uit de andere. Dat geldt ook voor mij. Ik ben een product van de levende natuur die ik graag had willen kennen en beheersen. Ik kan mij er in mijn denken niet boven verheffen want ik maak er deel van uit.

En toch: in een ‘filosofische discussie’ denken mensen nog altijd dat zij zelf denken, dat zij kritisch zijn en argumentatief. Inmiddels moet duidelijk zijn dat filosofische gesprekken zo eenvoudig niet zijn. Je bent inbegrepen in datgene waarover je dacht te praten.

In het nu startende oratieproject wordt geprobeerd om niet discussiërend, maar filosofisch-semantisch te lezen, dat wil zeggen zo, dat zowel de schrijver als de lezer worden beproefd met betrekking tot de vraag of hun taal niet is losgezongen van datgene wat er überhaupt te zeggen valt: de taal die mij altijd blijft omgeven en die deel uitmaakt van de natuur die alleen in de taal van zich blijk geeft, in de bewegingen van onttrekking en toewijzing van betekenis.

De eerste bespreking heet Homo homini agnus en betreft de oratie Wereldburgers in eigen land, van prof. dr. P. Kleingeld.

Lees: Inleiding tot het oratieproject (.doc)
Lees: Homo homini agnus (.doc)
Lees: Wereldburgers in eigen land (.pdf)

Zolang er maar de mogelijkheid is van ongelijk

Auteur Lucas Blijdschap

Lucas Blijdschap heeft een stuk op zijn weblog geschreven naar aanleiding van Wallenbeeks Nieuwsbrief 25:

De evolutietheorie heeft veel op zijn kop gezet maar nog lang niet genoeg. Het filosofisch doordenken van de consequenties gebeurt eigenlijk maar mondjesmaat. In Nederland is er bij mijn weten maar één filosoof die met zijn hoofd diep in de Groningse klei is gedoken om zich af te vragen of er überhaupt nog wel te filosoferen valt na Darwin.

Zolang er maar de mogelijkheid is van ongelijk (website)

26 januari 2014Geplaatst in Online teksten van Th.C.W. Oudemans

Bruska – Ter mythevorming

Auteur Naomi Rebekka Boekwijt

Wij waren bijna uitgestorven. Een handjevol was er van ons overgebleven. We zaten in de zaal als een stel ruim uitgestalde museumstukken. In de hoek hing Feikes, puisterig en gehavend. Hij was verstrikt in zijn sjaal, die hij van zich af probeerde te trekken alsof het een wurgslang was. Het eerste semester van dit jaar had hem geen goedgedaan.

In 2013 verscheen het boek ‘Pels’ van Naomi Rebekka Boekwijt. Zij studeerde wijsbegeerte aan de Universiteit Leiden. Het laatste verhaal van haar boek gaat over een wetenschappelijk instituut aangevoerd door de beruchte docent Bruska.

Pels (pdf)

18 januari 2014Geplaatst in Online teksten van Th.C.W. Oudemans

De filosoof in zijn bomenparadijs

Auteur M. Looden

Aan de rand van het dorp Wedde wordt de weidsheid van het land gebroken door een park met honderdduizenden bomen. Te midden van die bomen woont Wouter Oudemans. Hij was buitengewoon hoogleraar filosofie en crëert nu iets dat pas is volgroeid als hij zelf al lang dood is.

DvhN.arboretum (pdf)

12 december 2013Geplaatst in Online teksten van Th.C.W. Oudemans

Segno della Natura

Auteur N. Voets

For a long period of time the relation between art and nature has been determined by the idea of imitation. Plato saw in mimesis the representation of nature. The metaphysical world of ideas, was exemplary for everything in life. A piece of art is only the imitation of nature and is not even directly related to the transparent, unchangeable and clear world of ideas. But if art is no part of nature because it imitates nature, where does it stand? Because it is clear to everyone that a piece of art is also something physical.

Presentatie Venezia Biënnale 2013 (pdf)

28 juni 2013Geplaatst in Online teksten van Th.C.W. Oudemans

Zwiegespräch im Mondlicht

Auteur Th.C.W. Oudemans

In einer stillen Juninacht spazierte ich durch einen Stadtpark in Amsterdam. Der Mond stand hoch am dunkelblauen Himmel und erhellte den schlafenden Park. Nicht weit von mir erhob sich eine Stimme aus der nächtlichen Stille. Neugierig spähte ich durch das Gebüsch.

Da saßen zwei Gestalten auf einer Bank. Die eine war ein ganz normaler Mann: um die fünfzig Jahre alt, Glatze, beige Hosen.

Die andere Gestalt sah merkwürdig, pergamenten aus. Ihre Haut war eingetrocknet und schimmerte zugleich silbern im Mondlicht. Sie schien dem Irdischen ebenso wenig anzugehören wie der Mond, der sie beleuchtete.

Der Fünfziger, ich nenne ihn X, begann das Gespräch.

Zwiegespräch im Mondlicht (doc)

15 maart 2010Geplaatst in Online teksten van Th.C.W. Oudemans