Recensie van ‘Verre van Evenwichtig’ (2025)
Over twee markante filosofen zijn postuum boeken verschenen die een scherp beeld geven van hun tijd.
Recensies van ‘Om de tuin geleid’ (2023)
Oudemans’ Hangende Tuinen vertegenwoordigen een ontnuchterde versie van de sacraliteit van weleer, die ieder mens niet alleen als zodanig, maar ook als kunstliefhebber te denken kan geven. Dat leert ons dit unzeitgemässe, even eigenzinnige als uitdagende boek.
Addie Schulte, NRC Handelsblad, 23 februari 2024
Stel dat je twee filosofen een bos of tuin in stuurt, wat krijg je dan? In het geval van de filosofen Ton Lemaire en Th. C. W. Oudemans twee nogal verschillende boeken. Bomen en bossen van Ton Lemaire is een romantische ode aan zijn groene vrienden. Th. Oudemans produceerde met Om de tuin geleid een polemischer geschrift met veel stekeligheden.
Recensies van ‘Europa, Europa’ (2021)
Wezenlijk is wat Oudemans beweert over het universele ideaal van het humanisme dat geen werkelijk onderscheid kan maken tussen het vreemde en het eigene, en daardoor gevaar loopt onder de voet te worden gelopen door lieden die gebruikmaken van de rechten van het humanisme (het humanisme geeft iedereen rechten) maar er zelf verder weinig heil in zien.
Recensies van ‘Moeder Natuur’ (2020)
Sjoerd de Jong, NRC Next, 22 mei 2020
De contraire filosoof Th.C.W. Oudemans wil romantische clichés over de natuur bestrijden – en die over de mens. Hij belandt in troebel vaarwater.
Felix de Fijter, Nieuwe Koers, mei 2020
De Mens mag best een toontje lager zingen, zegt filosoof Wouter Oudemans in zijn boek Moeder Natuur. Niet hij, maar de natuur overstijgt alles. “Ze verdient dan ook eerbiediging.”
Recensies van ‘Plantaardig’ (2015)
Wim Brands, VPRO Boeken, 15 februari 2015
Interview van Wim Brands met Th.C.W. Oudemans over ‘Plantaardig’.
Monique van Lennep, op weblog Groene Vrijdag, 6 februari 2015
Planten en bomen schijnen er geen saai of rustig bestaan op na te houden. Je denkt al snel: ze kunnen niet denken, nemen geen beslissingen, kunnen niet samenwerken zoals mens of dier. Dat blijkt toch niet helemaal te kloppen.
Rein Swart, op zijn weblog, 17 februari 2015
Oudemans was hoogleraar filosofie in Leiden en inmiddels universitair hoofddocent met een grote didactische gave. Vol overtuiging gaat hij in op de vraag van Wim Brands hoe het komt dat we denken dat planten passief zijn.
Het duo stimuleert het denken vanuit het perspectief van de natuur zelf, de plant. Waar de menselijke maat nog blijft regeren in de groene sector, en zoals Salomon al schreef ook bij het klimaat. Dagelijks groeit de kloof tussen de meer darwinistisch gerichte wetenschappelijke ecologie, en het natuurgezwam dat de beleidsbureaucratie van Sharon Dijksma en NGO’s uitdragen op een bed van subsidies en loterijgelden, nu omgord met wat bedrijfsproza.
Marcel van Ool, ‘De wereld als tuin’ op weblog ‘Buitenplaatsen’, 13 januari 2015
Oudemans en Peeters komen tot de conclusie dat het denken in scherpe tegenstellingen zoals natuur – kunst, productiebos – oerwoud, beschaving – wildernis, zijn langste tijd gehad heeft.
Annelie Karelse, 8Weekly, 21 februari 2015
Mensen zien zichzelf graag als kroon op de schepping, met hun verstand en vrije wil. De mens staat vaak tegenover de willoze natuur, een ding dat beheerd en beheerst dient te worden. In Plantaardig wordt ons getoond dat deze tweedeling een illusie is. Natuur en cultuur vormen elkaar op talloze manieren.
Sjoerd de Jong, NRC Handelsblad, 6 februari 2015
Planten en bomen, aldus Oudemans, zijn geen geestloze ‘machines’, tegenover mensen met ‘bewustzijn’. Al deze levensvormen zijn ‘complexe systemen die voortdurend energie moeten opnemen, deze moeten verwerken tot arbeid ten behoeve van het overleven, en als onbruikbare rest moeten afstoten’. Met een onvermijdelijk eindpunt: de dood, want ‘complexe organismen zijn er, als het ware, „om” dood te gaan’.
Chester Vacquier, Leidsch Dagblad, 13 februari 2015
Veel mensen beschouwen planten nog altijd zoals Aristoteles, de grote filosoof uit de vierde eeuw voor Christus, over ze dacht, aldus Oudemans. Planten staan op de laagste trap van de ontwikkeling van het leven, die loopt van planten via strevende en voelende dieren tot aan de denkende mens. Met zijn nieuwe boek wil Oudemans deze eeuwenoude gedachte doorbreken.
Ondanks dat ik niet deskundig ben op het gebied van planten en bomen en ook zeker niet op het gebied van de filosofie, vond ik het boek heel goed leesbaar. Oudemans is een goede, begrijpelijke en humoristische verteller.
Stichting Kastelen, (historische) Buitenplaatsen en Landgoederen (sKBL), (datum onbekend)
In de laatste delen wordt duidelijk dat natuur en cultuur of het artificiële in de plantaardige wereld niet tegenover elkaar staan, maar met elkaar verstrengeld zijn. Dat blijkt in de betekenis van tuinen – waartoe ook de hedendaagse georganiseerde ‘oorspronkelijke’ natuur behoort.
Recensies van ‘In Natura’ (2012)
Menno Lievers, ‘Machteloos tussen de mieren’ – NRC Handelsblad, 19 april 2013
Veel hedendaagse filosofie leest weg als journalistieke non-fictie. Voor Wouter Oudemans’ ‘In natura’ geldt dat niet. Hij bedrijft filosofie met de hamer; met spijkerharde aforismen wordt de lezer bestookt.
Recensies van ‘Omerta’ (2008)
Temidden van alle vragen en bezwaren bij Omerta staat één ding onomstotelijk vast: dit boek laat je als lezer niet koud. Je moet reageren – ook al is dat bijna onvermijdelijk afwijzend.
Hans Achterhuis, ‘Filosofie van de woede’, de Volkskrant, 18 januari 2008
Grote delen van zijn boek Omerta komen voort uit een ruzie die de Leidse filosoof Wouter Oudemans heeft met z’n faculteit en de universiteit. Zijn wijsgerige benadering heeft hier vaak onder te lijden.
Menno Lievers, ‘Misbruik moet gestraft’, NRC Handelsblad, 14 december 2007
‘Je wil hem eigenlijk niet horen of lezen, maar wat hij zegt kan men niet negeren.’
‘De grote verdienste van dit boek is dat het om een bezinning vraagt over wat filosofie kan en dus uiteindelijk is.’
Thomas Blondeau, ‘Hoe je je kop houdt’, Leids universitair weekblad Mare, 13 december 2007
‘In Omerta beschrijft Oudemans hoe anderen mislukken in de zoektocht naar een methode omdat ze de alomtegenwoordigheid van techniek niet (er)kennen. En dus houden ze hun mond. Ze houden hun mond omdat ze anders niet kunnen meedraaien aan een universiteit die zich bekommert om artikelenquota’s, studentenaantallen en Engelstalige beroepsopleidingen die voor iedereen openstaan.’
Dr. D.G. Van der Steen, NBD Biblion (datum onbekend)
In korte, zwaar geladen alinea’s trekt Oudemans daaruit de consequentie: denken óver moet vervangen worden door denken ín, en dat werk is fascinerend, moeilijk en eenzaam. Van de lezer wordt verwacht dat hij klimmen kan, in ijle lucht, op grote wijsgerige hoogte.
Oudemans geeft wel vaker aanstoot in ‘Omerta’, het is een van zijn meer innemende kwaliteiten. Toch krijg ik niet de indruk dat het hem daar in de eerste
plaats om is te doen. Deze hoofdstukken zijn vooral een poging om de merkwaardige positie van de universiteit en van de academische filosofie binnen de technische wereld te belichten. En dus zijn het allereerst echte filosofische teksten, dat wil zeggen: verwijzend naar de verzwegen horizon waardoor de
technische wereld, inclusief de huidige universiteit en de faculteit voor wijsbegeerte, wordt geleid.
Recensies van ‘Echte Filosofie’ (2007)
Sjoerd de Jong, NRC Handelsblad, ‘De bliksem in het hoofd’, 16 maart 2007
‘Echte filosofie’ is een bizar, vreemd, om niet te zeggen knettergek boek. Wie het openslaat, bekomen van de brutale titel, valt met een harde klap midden in alinea’s die een diepzinnige of duistere bewering bevatten, een persoonlijk terzijde over een boswandeling, of een jeugdherinnering, die zich gestaag aaneenrijgen tot een onheilspellende mantra over het nihilisme van de moderne wereld.
Harry Groenenboom, ‘Woorden hebben iets on-menselijks’, Reformatorisch Dagblad, 30 januari 2008
Gaat het hier, bijbels ingevuld, niet over het besef dat de mens door God is geschapen naar Zijn Beeld? Door een scheppend spreken? Bevat het denken van Oudemans niet, hoewel onbedoeld, een verwijzing naar de goddelijke oorsprong van de mens?
A.IJ. van den Berg, Boek-log, 5 maart 2008
Oudemans is in Heidegger. Eigenlijk had ik wel met die vier woorden kunnen volstaan hier. Want ik ben dat namelijk niet.
T.T.M. Maassen, op de weblog: denkenoverdoen.nl, 2008
Eindelijk weer eens een boek dat niet geschreven is om gelezen te worden, maar een werk – om over en bij na te denken. Eindelijk weer eens een ‘Echte filosofie’!
Tiers Bakker, De Groene Amsterdammer, 11 mei 2007
Want een boek dat zijn eigen vooronderstellingen continu durft te bevragen is ‘echte’ filosofie.
Heleen Pott, Gesproken recensie van ‘Echte Filosofie’, datum onbekend
Maar voor het zover is, in de tussentijd tussen twee eeuwigheden, zal er filosofie zijn, en er zullen filosofen zijn – echte filosofen – die een blik durven werpen in de afgrond van de evolutie of de schepping. Ze leren ons dat er twee soorten denken zijn – het denken waarvan men spreken kan en dat niet het eigenlijke denken is, en het ‘andere denken’, onuitsprekelijk maar voelbaar, het denken dat een onbekende weg is, die gevolgd moet worden maar waar zelfs de filosoof makkelijk verdwaalt. En wij gewone stervelingen, we staan erbij en we kijken er naar, sprakeloos. We kunnen de filosoof zelfs niet prijzen, want het zou ongelofelijk aanmatigend zijn om dat te doen.
Recensie van een debat (1999)
Hebt u zich wel eens geërgerd en geamuseerd tegelijkertijd? Ik wel, maandagavond in de Balie te Amsterdam. De Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam had besloten dat het maar eens uit moest zijn met dat gekibbel over de filosoof Martin Heidegger. Dus waren de filosofen Th. C.W. Oudemans en Herman Philipse als twee eigengereide kemphanen tegenover elkaar gezet in wat werd aangekondigd als het ‘definitieve Heidegger-debat’.
Recensies van ‘De horizon van Buitenveldert’ (1997)
Nieuw was alleen de intro, die bestond uit De horizon van Buitenveldert, een boek van de filosoof Oudemans en mijzelf, dat vorig jaar werd gepubliceerd. Over dat boek komen de lezers niets te weten behalve dan dat het ‘onleesbaar’ zou zijn en vol zou staan met ‘gezever’. Maar een kniesoor die daarop let.