Voordrachten die later gepubliceerd zijn, zoals Oudemans’ oratie Afscheid, staan niet op deze pagina. In plaats daarvan zijn zij op de publicatielijst.

2014

Lezing over de ‘Schwarze Hefte’ van Heidegger, gehouden op 17 juni 2014.

  • 12 april 2014 – De heer van de aarde en de plantaardige natuur (Tilburg, Dag van de Filosofie, geen tekst beschikbaar)

Lezing in het kader van de Dag van de Filosofie. Thema: mens en techniek.

  • 18 februari 2014 – Omslaan als een blad aan de boom (‘s-Gravenhave, Vereniging voor Wijsbegeerte, geen tekst beschikbaar)

In de lezing zal ik iets laten zien van de hedendaagse wetenschappelijke inzichten omtrent planten, vooral hun bladeren. Het gaat hierbij om de ‘nieuwe’ wetenschappen: darwinisme en thermodynamica – met betrekking tot plantaardige vraagstukken.

2013

Het nieuwe boek van de filosoof Th.C.W. Oudemans, met de titel In natura, heeft de organisatie van de Museumnacht geïnspireerd tot het thema van dit jaar. Oudemans zal hier een lezing geven over de verhouding tussen kunst en natuur. Wat is het verschil tussen een pindakaasvloer en het nest van een prieelvogel?

2011

  • 11 november 2011 – Darwins natuur (Leiden, congres Darwinisme – (in)humanisme, geen tekst beschikbaar)

Sinds de opkomst van de mechanisch-mathematische natuurwetenschappen in de 16e en 17e eeuw verschijnt de natuur als een machinerie, een uurwerk. De wetten die het verloop ervan bepalen zijn universeel. Zij kennen geen uitzonderingen. De natuur is beheersbaar, doordat de menselijke mechanica die van de natuur imiteert. De komst van het darwinisme als populatiedenken is een inbreuk in de universaliteit van de mechanica: de evolutie is bepaald door kansen, onvoorspelbaarheid, historiciteit, facticiteit.

2005

Het begin van de filosofie, bij Plato en Aristoteles, was dat je iets overkwam, een verplaatsing ten opzichte van je normale omgang met de dingen. Deze ervaring, dit pathos, was een verbijstering over je verhouding tot de dingen. Hoe lukt het mij om verschillende dingen te zien als dezelfde? Wat verbindt mij met ze? Wat is hun aard of natuur? En wat is mijn eigen aard, mijn menselijke natuur, dat er doorgankelijkheid is tussen de dingen en mijzelf?

Wordt de lezer en de toehoorder van Het vrije woord iets noodlottigs ingewreven? Worden zij ingemetseld in onontkoombaarheden – vastgepind? Het lijkt er wel op.

2003

Wanneer maatschappelijke discussies gevoerd worden over de toelaatbaarheid van genetische modificatie van voedselgewassen, dieren of menselijk erfelijk materiaal, dan past een filosoof bescheidenheid. Het ontbreekt hem aan de middelen en de methoden om aan de discussie iets anders toe te voegen dan just another opinion of the man in the street – afgezien van de academische of diepzinnige saus waarmee hij zijn standpunten overgiet.

2002

Nach dem Zweiten Weltkrieg ist das rechnende Denken für Heideggers Philosophie nicht mehr nur der entscheidende Denkanstoß. Vielmehr bedeutet die Macht des ökonomischen Kalküls eine Bedrohung für seine Philosophie. An welchem Ort ist die Philosophie noch zu Hause, wenn die rechnende Denkart und die kalkulatorische Sprache allumfassend sind?

Het valt niet mee om over taal iets zinnigs te zeggen. Zij ligt nooit als object van onderzoek tegenover je. Je moet in je beschrijving datgene gebruiken wat je wilt onderzoeken. De taal is medium en object tegelijkertijd. Zij bevindt zich zowel aan de subject- als aan de objectzijde – en ook ertussenin. Spreken over taal is circulair. In dit artikel kan ik over taal geen uitspraken doen. Wat nu?

2001

Het is niet eenvoudig om de gedachte dat de geschiedenis ten einde is goed onder woorden te brengen. Zij houdt niet de voorspelling in dat er geen historische opeenvolgingen meer plaatsvinden. Dat er feiten en data blijven voorkomen sluit het einde van de geschiedenis niet uit. Wat kan dat betekenen?

2000

Wenn ich heute den Versuch wage, im Umkreis von Nietzsches Also sprach Zarathustra das Wort zu nehmen, ist mir eines wohl bekannt: Nietzsche selbst hat schwerwiegende Bedenken gegen ein solches Ansinnen geäußert.

Geachte aanwezigen,

Vanavond wil ik het met U hebben over een heikel onderwerp, namelijk de verhouding tussen wetenschap en dagelijks leven. De gedachte dat dagelijks leven en wetenschap ver uiteen liggen, zelfs gespleten zijn, ligt voor de hand.